Drinkwater
Goed water is van groot belang voor dieren. Water dat bestemd is voor dieren, moet aan de volgende eisen voldoen:
Smakelijk zijn
Geen schadelijke stoffen bevatten
Permanent beschikbaar zijn
In de voorschriften voor de varkenshouders binnen IKB Varken is opgenomen dat, indien het drinkwater afkomstig is van een bron, er jaarlijks een drinkwateronderzoek uitgevoerd moet worden. Dit onderzoek moet zowel chemisch als bacteriologisch zijn.
Hieronder volgt een tabel met daarbij de grenswaarden van de verschillende analyse uitslagen. De waarden in de kolom 'goed' kunnen als veilig worden beschouwd. De waarden in de kolom 'afwijkend' worden beschouwd als (ernstig) risicovol voor varkens. Indien de uitslag van uw drinkwateronderzoek afwijkend is kunt u met uw dierenarts of de GD overleggen welke acties noodzakelijk zijn.
U dient actie te ondernemen indien de waarden gelijk of groter zijn dan de waarden in de kolom afwijkend.
Achtergrondinformatie
Smaak
De smaak van het water wordt, in volgorde van belangrijkheid, beïnvloed door: ijzer, zouten (nitraat, ammonium, natrium/ chloride, calcium) en organische stof. Smakelijkheid is een relatief begrip. Zijn dieren eenmaal gewend aan bepaald water, dan vinden ze dit meestal lekker, mits de gehalten binnen de grenswaarden liggen. Door een snelle verandering van de smaakbepalende gehalten ijzer, hardheid en zout, kan de wateropname teruglopen. Vooral in de zomermaanden valt de gevoeligheid voor smaak op.
Schadelijkheid
Stikstofcomponenten: ammonium, nitriet en nitraat bepalen grotendeels de schadelijkheid van het water. Indien combinaties van deze stoffen aanwezig zijn, zal het water vrijwel altijd ook intermediare stoffen bevatten die ook schadelijk kunnen zijn.
Koolstofcomponenten: de bepaling van de oxydeerbaarheid van het water is bedoeld als algemene screening en geeft een zeer ruwe indicatie van de mogelijke schadelijkheid van alle aanwezige koolstofcomponenten.
Zwavelcomponenten: sulfaat en sulfide zijn hiervoor maatgevend. Indien beide voorkomen, mag men ervan uitgaan dat er ook intermediaire verbindingen (zoals sulfiet en S-8) aanwezig zijn. Met name sulfide is zeer giftig. Concentratie lager dan 0.02 mg/l zijn in drinkwater niet aantoonbaar, terwijl men soms wel sulfide ruikt.
Fosfaatcomponenten: zijn niet in zodanige concentraties in water aanwezig dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid van dieren. Daarom wordt dit niet onderzocht.
Zouten: met name natrium is schadelijk. Vooral varkens zijn hier gevoelig voor.
Zware metalen: komen normaal gesproken in het grond- en oppervlaktewater niet voor in concentraties die schadelijk zijn voor dieren. Indien verontreinigingen worden verwacht, is onderzoek naar de combinatie lood/ cadmium/ koper/ zink een goede maat voor de aard en mate van verontreiniging.
Organische verontreinigingen: zijn in grondwater meestal niet aanwezig of op z’on laag niveau, dat onderzoek hiernaar niet zinvol is. Specifiek onderzoek kan deze stoffen aantonen.
Bacteriën: het totaal kiemgetal geeft een indruk van de algemene hygiëne van het water. Daarnaast wordt het coliforme-bacteriëngetal (of beter: de enteroforme bacteriën) bepaald om eventuele faecale besmetting vast te stellen. Bij een verhoogd coliforme- bacteriëngetal kunnen ook thermotolerante enterococcen bepaald, als indicatie voor een recente besmetting. Bij specifieke problemen, bijvoorbeeld in het kader van onderzoek bij riooloverstorten, kan het zinvol zijn om ook salmonella en clostridium te bepalen.
Beschikbaarheid
Vrijwel alle varkens krijgen drinkwater via leidingen. Het is van belang dat het water ongeremd door de leidingen kan stromen en vrij en ongehinderd uit de nippels of andere kranen stroomt. Met name ijzer, mangaan en hard water kunnen ertoe leiden dat leidingen verstoppen of drinknippels gaan lekken. Vooral de combinatie hogere pH (boven de 7,2) en veel zuurstof zorgt voor een snellere vorming van neerslag van ijzeroxide. Bij een lagere pH (beneden de 6,8) kan het ijzer wel oxyderen, maar er ontstaat minder snel neerslag. In principe geldt hetzelfde voor mangaan, alleen oxydeert mangaan veel langzamer dan ijzer. Als mangaan in contact komt met peroxyden (of actief chloor), ontstaat zeer snel een fijn, zwart neerslag. Hogere concentraties aan ijzer en hardheid kunnen ook gevolgen hebben voor medicatie via drinkwater. Er ontstaat dan een neerslag, het medicijn wordt minder werkzaam en de leidingen raken verstopt.
Bron: Gezondheidsdienst Dieren